5. De zorg voor de leerlingen

5.1 Interne begeleiding

Onze intern begeleiders ondersteunen de leerkrachten en coördineren de leerlingenzorg. Zij zijn het aanspreekpunt wanneer er vragen zijn over de ontwikkeling van een kind en begeleiden bij het inschakelen van passende hulp.


De Vliedberg heeft een School Zorg Team, waarin verschillende deskundigen samenwerken. Hierdoor kunnen we snel en doelgericht ondersteuning bieden. Heeft u zorgen over de ontwikkeling van uw kind, dan kunt u altijd via de leerkracht een gesprek aanvragen met de intern begeleider.

5.2 Passend onderwijs

Elk kind heeft recht op goed onderwijs, zo dicht mogelijk bij huis. Daarom is in 2014 de zorgplicht ingevoerd: iedere basisschool moet ervoor zorgen dat een leerling een passende onderwijsplek krijgt, ook wanneer er extra ondersteuning nodig is. In de meeste gevallen kan dit gewoon op de school waar een kind al zit of zich aanmeldt.

De basisondersteuning van alle RVKO-scholen bestaat uit een geheel van preventieve en licht curatieve interventies die uitgevoerd worden binnen de ondersteuningsstructuur van elke school. Vanuit ons Strategisch Verhaal zorgen we voor een stevige basis van kennis en vaardigheden (kansrijk onderwijs) binnen een lerende organisatie die staat voor kwaliteit en professionaliteit. De basisondersteuning wordt uitgevoerd onder regie en verantwoordelijkheid van de schooldirectie en het schoolbestuur, met eventuele inzet van expertise van de stafafdelingen van de RVKO, andere scholen en netwerkpartners. De volledige invulling van de basisondersteuning is hier terug te lezen.

Passend onderwijs - op school
Soms heeft een leerling extra ondersteuning nodig om de leerstof goed te kunnen volgen. We vinden het belangrijk dat leerlingen zo lang mogelijk meedoen met het onderwijsaanbod van hun groep. Daarom streven we ernaar om leerlingen in ieder geval tot en met groep 5 zoveel mogelijk de reguliere leerstof te laten volgen.

Wanneer een leerling vanaf groep 6 onvoldoende kan aansluiten bij de leerstof van de groep, kan er voor één vakgebied een eigen leerlijn worden ingezet. In de praktijk gaat het hierbij vaak om rekenen.

De leerling werkt dan met lesmateriaal en opdrachten die aansluiten bij zijn of haar eigen niveau. Ook krijgt de leerling instructie die past bij de persoonlijke onderwijsbehoeften. Het is daarbij belangrijk dat de leerling voldoende zelfstandig kan werken. Toetsen worden afgenomen op het niveau van de eigen leerlijn.

Omdat een leerling met een eigen leerlijn voor een vak niet altijd het eindniveau van groep 8 behaalt, stellen we samen met ouders een Ontwikkelingsperspectief (OPP) op. In dit plan beschrijven we de aanpak, de leerdoelen en het verwachte uitstroomniveau. Het OPP wordt minimaal twee keer per jaar met ouders besproken, geëvalueerd en waar nodig aangepast.


Bij het opstellen en bijstellen van het OPP hebben kinderen het recht om mee te denken. Dit noemen we het hoorrecht. Wij voeren hierover een gesprek met het kind op een manier die past bij de leeftijd en mogelijkheden. Zo betrekken we kinderen actief bij hun eigen ontwikkeling. Dit gesprek maakt altijd onderdeel uit van het OPP-dossier.

Hoorrecht van leerlingen

 Op onze school vinden wij het belangrijk dat ieder kind zichgehoord en gezien voelt. Daarom krijgen leerlingen de ruimte om hun mening tegeven over zaken die voor hen belangrijk zijn. Dit noemen we het hoorrecht.

Wij luisteren naar kinderen:

  • tijdens gesprekken over hun ontwikkeling en welbevinden;
  • bij vragen of zorgen;
  • bij ruzies of pestgedrag;
  • wanneer afspraken worden gemaakt die hen aangaan;
  • voordat er een belangrijke beslissing wordt genomen.

Wij stimuleren kinderen om hun gevoelens, ideeën en wensen uit te spreken. Daarbij houden wij rekening met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. De mening van een leerling wordt serieus genomen en meegewogen in gesprekken en besluiten.

Kinderen kunnen hun stem laten horen:

  • in de klas;
  • in gesprekken met de leerkracht of intern begeleider;
  • tijdens leerlinggesprekken;
  • via de leerlingenraad of klassenoverleg.

Bij belangrijke gesprekken worden ouders/verzorgers betrokken. Samen zorgen we voor een veilige omgeving waarin kinderen leren luisteren naar elkaar én zichzelf durven uitspreken.

5.3 Hoorrecht

Bij het opstellen en bijstellen van het OPP hebben kinderen het recht om mee te denken. Dit noemen we het hoorrecht. Wij voeren hierover een gesprek met het kind op een manier die past bij de leeftijd en mogelijkheden. Zo betrekken we kinderen actief bij hun eigen ontwikkeling. Dit gesprek maakt altijd onderdeel uit van het OPP-dossier.

Hoorrecht van leerlingen

 Op onze school vinden wij het belangrijk dat ieder kind zichgehoord en gezien voelt. Daarom krijgen leerlingen de ruimte om hun mening tegeven over zaken die voor hen belangrijk zijn. Dit noemen we het hoorrecht.

Wij luisteren naar kinderen:

  • tijdens gesprekken over hun ontwikkeling en welbevinden;
  • bij vragen of zorgen;
  • bij ruzies of pestgedrag;
  • wanneer afspraken worden gemaakt die hen aangaan;
  • voordat er een belangrijke beslissing wordt genomen.

Wij stimuleren kinderen om hun gevoelens, ideeën en wensen uit te spreken. Daarbij houden wij rekening met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. De mening van een leerling wordt serieus genomen en meegewogen in gesprekken en besluiten.

Kinderen kunnen hun stem laten horen:

  • in de klas;
  • in gesprekken met de leerkracht of intern begeleider;
  • tijdens leerlinggesprekken;
  • via de leerlingenraad of klassenoverleg.

Bij belangrijke gesprekken worden ouders/verzorgers betrokken. Samen zorgen we voor een veilige omgeving waarin kinderen leren luisteren naar elkaar én zichzelf durven uitspreken.

5.4 Zorgplicht bij aanmelding

Om ieder kind een passende onderwijsplek te kunnen bieden, is het belangrijk dat ouders bij de aanmelding alle relevante informatie over hun kind met de school delen. Tijdens een schriftelijke aanmelding plannen wij altijd een intakegesprek. In dat gesprek bespreken we samen of De Vliedberg de juiste plek is voor uw kind.

Ouders zijn daarbij voor ons de belangrijkste informatiebron. Daarnaast vragen wij soms toestemming om gegevens op te vragen bij een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of de vorige school. Op die manier krijgen wij een zo volledig mogelijk beeld van de ontwikkeling en behoeften van het kind.

De school neemt binnen zes weken een besluit over plaatsing. In sommige gevallen kan deze termijn verlengd worden met vier weken. In de meeste situaties kan een kind gewoon op onze school worden geplaatst.

Wanneer echter blijkt dat de basisondersteuning die wij bieden niet voldoende is of dat een kind meer gespecialiseerde zorg nodig heeft, zoeken wij samen met de ouders naar een andere passende plek. Daarbij wordt ook het samenwerkingsverband PPO Rotterdam betrokken. Het bestuur van onze school heeft hierbij een zorgplicht: wij zorgen er altijd voor dat ieder kind een passende onderwijsplek krijgt, óók als dat niet op De Vliedberg zelf kan zijn.

5.5 Doorstromen en doubleren

Meestal gaat een leerling aan het eind van het schooljaar over naar de volgende groep. Soms is het echter in het belang van het kind om een jaar extra te doen of juist te versnellen.

In de onderbouw kan dat betekenen dat een kind een verlengde kleuterperiode krijgt. In hogere groepen kan gekozen worden voor doublure of versnelling. Deze beslissing nemen we altijd in nauw overleg met ouders, leerkracht en intern begeleider.

5.6 Leerlingvolgsysteem

Wij volgen de ontwikkeling van onze leerlingen zorgvuldig met digitale leerlingvolgsystemen:

  • in groep 1-2 gebruiken we KIJK!;
  • vanaf groep 3 werken we met Cito Leerling in Beeld.

De resultaten en observaties worden vastgelegd in ParnasSys en drie keer per jaar besproken door leerkracht en intern begeleider. Op die manier stemmen we het onderwijs af op de behoeften van elk kind.

5.7 Veiligheid en pedagogisch klimaat

Een veilig en prettig klimaat is voor ons een basisvoorwaarde. Wij werken met een uitgebreid veiligheidsplan, dat jaarlijks wordt gemonitord.

  • Leerlingen vullen vanaf groep 5 jaarlijks een vragenlijst in over hun welbevinden. We maken gebruik van CITO Leerling in Beeld Sociaal-emotioneel functioneren.
  • We hebben een anti-pestprotocol en duidelijke groepsafspraken.
  • Onze intern begeleiders zijn tevens anti-pestcoördinatoren.

Wanneer nodig volgen we een stappenplan om pestgedrag aan te pakken, altijd in samenwerking met ouders.

5.8 Meerbegaafdheid

Wij vinden dat ook meer- en hoogbegaafde leerlingen recht hebben op een ononderbroken ontwikkeling. Met het programma SiDi PO brengen we hun talenten in kaart en stemmen we het onderwijs daarop af.

Voor extra uitdaging maken we gebruik van Levelwerk, waarmee kinderen zelfstandig leren plannen, verdiepen en creatief denken. Zo krijgen zij de kans om hun mogelijkheden volledig te benutten.