In uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk wordt geschorst of in het uiterste geval van school wordt verwijderd. Dit zijn ingrijpende maatregelen, die alleen worden genomen wanneer er sprake is van zodanig ernstig wangedrag dat de relatie tussen school en leerling (en diens ouders) ernstig of zelfs onherstelbaar is verstoord.

Verwijdering kan in sommige gevallen ook noodzakelijk zijn bij wangedrag van ouders, bijvoorbeeld wanneer hun gedrag de samenwerking of de veiligheid binnen de school ernstig belemmert.

Bij schorsing maken wij onderscheid tussen interne schorsing en externe schorsing:

  • Interne schorsing betekent dat een leerling (tijdelijk) uit de eigen groep wordt gehaald en onder toezicht in een andere groep of bij de directie geplaatst wordt. Ouders worden hiervan altijd direct op de hoogte gebracht door de leerkracht.
  • Externe schorsing houdt in dat een leerling voor een bepaalde periode niet op school aanwezig mag zijn. De directie bespreekt dit altijd eerst met de ouders voordat de maatregel wordt uitgevoerd.

Een schorsing kan noodzakelijk zijn wanneer de schoolleiding of het bestuur direct moet ingrijpen om rust, orde en veiligheid te waarborgen, en er tijd nodig is om een passende oplossing te vinden.

Onder ernstig wangedrag verstaan wij onder andere:

  • mishandeling van anderen,
  • diefstal,
  • herhaaldelijk en bewust overtreden van schoolregels,
  • gedrag dat leidt tot verstoring van rust, orde en veiligheid binnen de school.

Een beslissing tot schorsing of verwijdering wordt nooit lichtvaardig genomen. Deze maatregel volgt altijd na een zorgvuldige afweging en in overleg met betrokkenen. Het formele besluit over toelating, externe schorsing en definitieve verwijdering ligt bij het schoolbestuur: de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO).
Het volledige protocol Schorsing en Verwijdering is op te vragen bij de directie van de school.